Na een laatste dag winkelen in Delhi staan we nu gereed voor vertrek naar de luchthaven. Tijd om de balans op te maken.
We hebben veel mooie dingen gezien en aardige mensen ontmoet, maar het reizen en het “gedoe” met veel zaken begint toch de overhand te krijgen.
De Jain Tempels in Jaisalmer waren prachtig, Rajasthan was op veel plaatsen boeiend door de aardige mensen en de kleurige gewaden. Het eten is vaak lekker. De cultuur is interessant. Kortom, er valt veel te genieten en te beleven.
Maar India is ook een vies land met overal vuil, overal wordt gepist en er hangt dan ook in straten en zelfs gebouwen vaak een doordringende pislucht. Het verkeer is een ramp. Je kunt niet sneller reizen dan dertig tot veertig kilometer per uur. Bijna niets werkt naar behoren of is heel. Straten zijn puinhopen, internet ligt er vaker uit dan dat het werkt. Kamers hebben, ondanks de bewering dat het prima werkt, geen warm water. In restaurants kan je niet naar het toilet, of zelfs je handen wassen. En zo kan ik nog een hele tijd door gaan.
Delhi is een stad die ons hart niet heeft gestolen. De taxichauffeur bracht ons vanmorgen zonder iets te zeggen naar een andere winkel dan hij beweerde (en wij hadden opgegeven). Overal proberen mannetjes je naar winkels te lokken, snuisterijen te verkopen of taxi’s in te praten. En steeds moet je je bewust zijn dat het met een bijbedoeling is. Behalve een paar aardige bezienswaardigheden heeft de stad weinig aantrekkelijks, is onze indruk na twee dagen.
Nu is het mooie van herinneringen dat je de negatieve dingen snel vergeet en de mooie zaken steeds mooier maakt. Op de foto’s heb ik doorgaans de mooie zaken vastgelegd en niet de vuilnisbelten. Ook hoor je op de foto’s geen getoeter en je ruikt geen stank. Ook wordt er bij het bekijken van foto’s niet aan je mouw getrokken door een bedelaar.
Kortom, we houden aan India mooie herinneringen over, maar we staan niet te trappelen om volgend jaar terug te gaan.
