Delhi is een stad vol contrasten; dat is natuurlijk een cliché, maar er is voor mij geen betere manier om het te zeggen. Van het ene moment op het andere kun je van de grootste armoede in de grootste weelde stappen.
Vanmorgen zijn we begonnen met een bezoek aan het Rode Fort (Lal Qila), een staaltje van oude Moghul architectuur in het oude Delhi. Vanuit de Wassenaarse omgeving van ons hotel reden we in een riksja over de brede, groene boulevards van New Delhi naar het oude stadsdeel met zijn bazaars en sloppen. Het Rode Fort is een ommuurd terrein met daarbinnen een aantal gebouwen uit de midden zeventiende eeuw en later. In feite staat er niet veel meer dan een kaal gebouw, dat prachtig gedecoreerd was met spiegelende plafonds, schilderingen en draperieën. Toch is het heerlijk om er rond te wandelen, al was het alleen maar vanwege de rust die er heerst.
Na het fort hebben we ons door een paar bazaars een weg gebaand naar de grote moskee, de Jama Masjid. De toegang was gratis maar voor mijn camera moest ik tweehonderd roepia’s betalen! (Ik heb in India wel vijftig euro toegangsgeld voor mijn camera betaald, meestal op plaatsen waar weinig te fotograferen was). Na minder dan een kwartier moesten we weer naar buiten omdat de dienst begon, nou ja… Ik heb natuurlijk geprotesteerd en mijn geld terug gevraagd, maar dat leidde slechts tot een oploopje en veel boze woorden.
Door een ongelofelijke wirwar van steegjes met gore winkeltjes met auto-onderdelen en van alles en nog wat, kwamen we ineens bij een glimmend nieuw metrostation. Vandaar was het vijf minuten naar Connaught Place voor onze lunch in een trendy café voor well-to-do Indiaers.
De rest van de middag hebben we wat gewinkeld en echte koffie gedronken. Dat is weer het voordeel van Delhi.
Onze laatste nacht in Delhi gaat in. Morgen hebben we nog een lange dag en na middaernacht vliegen we terug naar Nederland, waar we dinsdagochtend in alle vroegte hopen te landen.
1

Goede reis terug!
Groeten,
Raymond