Ruim tachtig kilometer ten Noorden van Udaipur, in Ranakpur, ligt een van India’s belangrijkste Jain tempels. Vanuit ons hotel hebben we een taxi gehuurd om die tempel te bezoeken en dan ook maar het beroemde fort van Cumbalgarh, een uurtje daar vandaan. Vandaag hadden we gezelschap van een Spaanse jongeman, net afgestudeerd in toerisme, die we eerder hadden ontmoet.
De taxi was keurig op tijd en we vertrokken naar het Noorden. Na een vreselijk traject over een weg in aanleg kwamen we in een prachtig, landelijk gebied. Het werd groener en bergachtig. Het landschap deed ons af en toe aan Java denken, door de sawa-achtige aanleg met irrigatie.
Na enig tijd, eigenlijk na een hele lange tijd, stopte de chauffeur en vroeg of we zijn dorp wilden bezoeken. Dat wilden we best even doen. Het was een allerschattigste ontmoeting met kinderen en enkele volwassen familieleden. We kregen les in de productie van suiker uit suikerriet en we kregen ook een metalen bekertje van het vocht te drinken.
Natuurlijk moesten er ook veel foto’s worden gemaakt; oma met de baby, nog een moeder met een krijsende baby, alle kinderen en tot slot nog een paar extra formeel kijkende heren.De tocht ging verder naar het fort. Onderweg werd het steeds bergachtiger tot we op 1100 meter arriveerden bij het niet zo heel erg interessante fort.

Doordat we aardig wat tijd in het dorp hadden besteed, ging de tijd ineens heel snel. Het bleek ook nog anderhalf uur rijden naar de tempel. Jammer, maar dat werd lunchen met cola en chips in de taxi.

Onderweg zagen we prachtige landelijke scenes. Het mooiste is wel hoe een span ossen met menner op een plateautje rondloopt om water op te pompen. Verder werken er veel vrouwen op het land en aan het aanleggen en onderhouden van wegen. Veel oudere mannen met tulband zitten op kluitjes wat te mijmeren.

De tempel is de reis echt waard! Prachtige beelden. Jammer dat ik hier geen voorbeeld kan tonen.

De terugreis duurde drie uur, mede doordat de chauffeur ook hier en daar zijn eigen zaakjes moest regelen en daar gewoonweg voor omreed. We kwamen dus weer in het donker terug, wat op zich niet geeft, maar de laatste twintig kilomer ging over half aangelegde wegen door een soort maanlandschap. Onbegrijpelijk dat in die stuivende zandbende de chauffeurs de weg weten te vinden en geen ongelukken maken.

Op Spaanse tijd gedineerd aan het meer en nu is het bijna elf uur. Morgen vertrekken we, alweer per taxi, naar Bundi.

Privacy Preference Center