De langste reis van onze vakantie is waarschijnlijk van Jaisalmer naar Udaipur, zo’n zeshonderd kilometer. Met de bus valt dat niet te doen op een dag, zodat we voor honderd euro een taxi hebben genomen. Aanvankelijk wilden we eerst naar Mount Abu, maar vanwege een festival in Udaipur zijn alle hotelkamers hier volgende week vol. Daarom slaan we Mount Abu over.
De chauffeur was een beetje laat, waarschijnlijk vanwege de bruiloft. Om half negen vertrokken we richting Jodhpur. Het is eigenlijk één lange rechte weg van driehonderd kilometer. Het is een door het Indiase leger aangelegde weg. Zij moeten snel bij de grens met Pakistan kunnen staan!
Na Jodhpur kwamen we op een vreselijke tweebaansweg met eindeloos veel vrachtwagens. Dat zijn van die vrachtwagens die er al een heel leven op hebben zitten. Zo zien de berijders er trouwens ook vaak uit. Gelukkig moesten wij na een tijdje een afslag nemen, naar een veel rustiger weg. Maar daar kende onze chauffeur de weg niet zo goed, waardoor we in hele grappige dorpen kwamen. Uiteindelijk bereikten we na een hele tijd weer zo’n drukke weg, dit maal door de bergen. Bovendien begon het al donker te worden. Dat zijn van die momenten waarop we ons afvragen waarom we dit allemaal doen: de chauffeur haalde steeds roekelozer in, de omgeving bestond uit marmergroeven waarin vrachtwagens, ezelskarren, brommers en bussen allemaal door elkaar reden in een soort mist van stof.
Uiteindelijk bereikten we Udaipur. Aan de rand van de stad wilde onze chauffeur ons droppen en op een tuk-tukje zetten. Dat ging niet door! Met een tuk-tukrijder als gids reden we de hele stad door naar het hotel van onze keuze, een heerlijke oase met een zwembad en rustige kamers en vooral heel aardige mensen.
